Volop zomer: juli en augustus in de Hortus

Home > Volop zomer: juli en augustus in de Hortus
01 jul 2026

De eerste zomermaand hebben we gehad. En hoe! Hitterecords werden verbroken en het Hortus-hitteprotocol moest voor de dag worden gehaald. En dat terwijl de doorgaans warmste zomermaanden nog moeten komen: juli de hooimaand en augustus de oogstmaand.

Naarmate de zomer vordert lijkt de Botanische Tuin steeds meer verdord te raken met uitzondering van het omringende bos dat tevens een verkoelende werking heeft. Dat klopt wanneer je dit vergelijkt met de voorafgaande periode in juni. Echter wanneer je goed kijkt valt er nog heel wat te beleven. De Tuin van de Toekomst lijkt nu juist steeds meer kleur te krijgen. Dit komt vooral doordat er planten groeien uit andere gebieden en doordat de blikvangers meestal in groepjes bij elkaar zijn geplaatst zodat ze gemakkelijk in het oog springen. De meeste kleur in de Botanische tuin vind je in de natte strooiselruigten en wat later in de heide. Overigens in de Botanische Tuin moet je, naarmate het seizoen vordert, meer moeite doen om de schoonheid van de vaak kleine bloemen te kunnen bewonderen. Je wordt dan tevens beloond met de aanblik van spectaculaire insecten die je pas van dichtbij kunt waarnemen. Grotere insecten zoals dagvlinders en libellen zijn vaak al op enige afstand te ontwaren. De zomermaanden zijn bij uitstek geschikt om de vele soorten die er rondvliegen te spotten.

Natte strooiselruigten in juli en augustus

Natte strooiselruigten zijn weelderige, hoog-opgaande vocht- en voedselminnende ruigtes van natte plekken die overspoeld kunnen worden. Ze vallen ’s zomers op door hun kleurrijke bloemen die veel nectar dragen en daardoor veel insecten trekken. Vegetatiekundig worden zulke plantengemeenschappen samengevat in de klasse van de Convolvulo-Filipenduletea. Die naam verwijst naar twee soorten die heel vaak in dit soort begroeiingen te vinden zijn, namelijk Haagwinde (Convolvulus sepium) en Moerasspirea (Filipendula ulmaria).                         

Ze zijn in ons voedsel- en waterrijke land sinds eeuwen op veel plekken te bewonderen.  Ze ontstonden waar zeewater geleidelijk zoeter werd, uit kwelders en rietlanden, en kwamen ook voor langs rivieren en oude rivierarmen. Optimaal groeien ze net boven de waterlijn, met een constante aanvoer van voedselrijk water. Bij te natte omstandigheden worden ze rietland, bij te droge omstandigheden worden het vaak brandnetelrijke ruigten.

In de Hortus hebben we vooral te maken met de plantengemeenschap van Moerasspirea en Valeriaan (Associatie: Valeriano-Filipenduletum). Hierin vinden we zeldzame soorten als Moeraswolfsmelk en Rivierkruiskruid. Er groeien algemene soorten als Echte valeriaan, Koninginnekruid, Moerasspirea, Grote kattenstaart, Grote wederik, Harig wilgenroosje. Minder algemeen in de Hortus zijn Poelruit,  Moerasandoorn en Gewone smeerwortel. Vanuit naburige begroeiingen kunnen andere, minder typische soorten binnendringen zoals Echte koekoeksbloem, Moerasrolklaver, Wolfspoot, Dotterbloem, Riet, Melkeppe en zo nog wat soorten. In de Hortus Nijmegen vind je deze vegetatie vooral als lint langs de beek, langs het rietland en aan weerszijden van het knuppelpad. Strooiselruigten zijn vrij hoog waardoor als je er langs loopt het lijkt alsof je langs een etalage van biodiversiteit loopt. Het is vrij gemakkelijk voor een volwassene om van zeer dichtbij de bloemen en insecten te kunnen bewonderen.

Grote kattenstaart kleurt prachtig paars en wordt graag bezocht door een gevarieerd aantal insecten. Op de foto’s bijvoorbeeld Icarusblauwtje, Boomblauwtje en Klein geaderd witje.  Een bijzonder geval is de Kattenstaartdikpoot die vooral gespecialiseerd is in de bestuiving  van Grote kattenstaart. Zij dankt haar naam, zoals alle dikpootbijen, aan de plant waar ze nectar en stuifmeel verzamelt. De periode wanneer je deze wilde bij kunt zien valt ongeveer samen de bloeiperiode van de Grote kattenstaart. Om een broedcel te voorzien van voldoende stuifmeel heeft ze minimaal 245 bloemen nodig. Het groene stuifmeel, dat wordt vermengd met nectar, wordt aan de achterpoten vervoerd en is duidelijk herkenbaar. De verspreiding in Nederland blijft beperkt tot het rivieren- en bekengebied in het zuiden van Nederland. Meer weten: https://www.wildebijen.nl/kattenstaartbij.html

Nog een plant van strooiselruigten die een bijzondere band heeft met een bestuivend insect is Grote wederik. Hier is het de op Grote wederik gespecialiseerde Gewone slobkousbij die ook wel eens op andere planten gezien kan worden. Meer weten:https://www.wildebijen.nl/slobkousbij.html

De in ons land superzeldzame Wederikmijt die gallen vormt op Grote wederik is enkele malen in de Botanische tuin waargenomen. Harig wilgenroosje wordt graag bezocht door de rupsen van Groot avondrood, een nachtvlinder uit de familie van de Pijlstaarten. Het is een waardplant voor deze rupsen, evenals Grote kattenstaart. Om dat te illustreren zijn twee foto’s ingelast. Meer weten: https://vlinderstichting.nl/vlinder/groot-avondrood/ . Van al de ruigtkruiden trekt Koninginnekruid misschien wel de meeste insecten. Op de brede schermen wemelt het vaak van zweefvliegen, wilde bijen, dagvlinders. Meer dan eens worden ze de prooi van de Kameleonspin die zich tussen de bloemen verschuilt en door haar camouflage eigenschappen zelden wordt opgemerkt. De spin neemt de kleur aan van de bloem waarop zij zit. Op de eerste foto Koninginnekruid en de tweede op Zonnekroon met haar buit: de Blinde bij. Enkele van de vele vlindersoorten, bijensoorten en vliegensoorten die worden gezien op Koninginnekruid: Keizersmantel, Kleine vuurvlinder, Geelspriet dikkopje, Kruiskruidzandbij. Gewone koekoekshommel, Hommelbijvlieg, Kegelbijvlieg, Stadsreus, Sprinkhaanvlieg, enzoverder. Deze insecten moeten niet alleen oppassen voor de Kameleonspin maar ook voor anderen die jacht op hen maken zoals het Gewoon knuppeltje, een Blaaskopvlieg die parasiteert op diverse hommels, of de Groefbijendoder om er enkele te noemen.

De Heide

Geen enkele plant heeft zoveel betekent voor de vorming van het Europese landschap als Struikhei (Calluna vulgaris). Maandenlang mag de heide er ogenschijnlijk stil en somber bij liggen, maar als eind juli Struikhei begint te bloeien, komt een wonderlijk paars landschap tot leven. Dan vloeit de nectar rijkelijk en begint het feest van zoete geuren en zoemende insecten, een feest dat tot in de herfst kan voortduren.

Struikhei is een taaie altijdgroene soort die op stikstof- en fosforarme grond kan groeien. Ook gedijt zij in een microklimaat van sterke temperatuurwisselingen. Onder zulke omstandigheden vind je weinig soorten hogere planten. Mossen en korstmossen kunnen er soms wel gedijen. Extreme milieus in de natuur kennen relatief weinig soorten vanwege aanpassingsproblemen. Misschien dat daarom weinig insecten uitsluitend afhankelijk zijn van Struikhei zelf. Toch is ze van vitale betekenis voor veel laat-vliegende insecten. Bovendien is het heidelandschap dat ontstaan is door het millennia-lange gebruik van de plant door de mens, een thuis geworden voor allerlei soorten uit andere voedselarme milieus. Dat komt mede doordat een intact heidelandschap niet alleen bestaat uit Struikhei-heide als alleenheerser, maar ook uit allerlei andere biotopen al naar gelang de ecologische omstandigheden en het landgebruik. Denk aan Bosbes-heide op plekken met een hogere luchtvochtigheid, Dophei-heide op vochtige en veenheide op natte plekken, maar denk ook aan  Rogge-akkers, heischrale graslanden, geïrrigeerde hooilanden, vennetjes en karresporen. Dit zijn allemaal biotopen die heidelandschappen kenmerken en een gevarieerd gezelschap van organismen herbergen, van insecten tot vogels, van zoogdieren tot herpetofauna, van korstmossen tot paddenstoelen. Verder lezen in een bijdrage van de Hortus aan Nature Today: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=32618

In de Botanische tuin wordt de heide vooral gevormd door dwergstruiken als Struikhei, Vossenbes, Bosbes en Rijsbes. In augustus kun je heel wat zweefvliegen op de Struikhei zien, zoals de Gewone pendelzweefvlieg, de Blinde bijvlieg, de Kegelbijvlieg etc. Van de vlinders vermelden we enkele Zandoogjes:  het algemene Bont zandoogje, het vrij zeldzame Hooibeestje, het Bruine zandoogje en het zeldzame Oranje zandoogje. Bij het vorderen van de zomer worden ook de sprinkhanen actief. In en rondom de heide leven verschillende sprinkhanen, waaronder soorten uit de lastig te herkennen Chorthippus biguttulus-groep. Het gaat om 3 soorten van hetzelfde genus: de Ratelaar, de Bruine sprinkhaan en de Snortikker. Ze voelen zich thuis op droge, warme plekken met gras en wat kale grond. De mannetjes vallen op door hun karakteristieke zang, waarmee ze vrouwtjes proberen te lokken. De vrouwtjes lijken zo sterk op elkaar dat je ze in het veld vrijwel niet uit elkaar kunt houden.

De Blauwe knoop is de moeite van het vermelden waard. Haar status wordt op de Rode Lijst Vaatplanten gekwalificeerd als gevoelig. De Hortus is trots dat deze soort zich zo goed weet te handhaven, niet alleen omdat deze in Nederland steeds zeldzamer wordt maar ook omdat ze veel bijdraagt aan de algehele biodiversiteit. In augustus vormt ze namelijk een zee van bloemen die graag bezocht worden door insecten. Soms kun je wel een tiental vlinders boven de bloemen zien dansen. Enkele voorbeelden van insecten die op de Blauwe knoop afkomen: Hommelzweefvlieg, Witte reus, Steenhommel, Dagpauwoog (samen met de Bretelwimperzweefvlieg op de foto). De heide wordt omgeven door bosranden waarin een plantengemeenschap voorkomt die o.a. bestaat uit een aantal Havikskruiden. Ze vormen een denkbeeldig lint dat met het vorderen van de zomer geel kleurt. Op de foto Stijf havikskruid dat bezocht wordt door de Veldhommel. Stijf havikskruid is algemeen in het oosten en midden van ons land en in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Biodiversiteit Hortus: maanden juli en augustus

In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de aantallen dier- en paddenstoelsoorten die ooit op het terrein van de Hortus Nijmegen (Botanische Tuin en Tuin van de Toekomst) in juli en augustus zijn waargenomen. Het betreft de tellingen uit het gegevensbestand van Waarneming.nl. De aantallen soorten geven slechts een globaal beeld van wat in de Hortus verwacht kan worden. In tegenstelling tot planten, die oorspronkelijk van groot belang zijn voor het collectiebeheer van een botanische tuin, bewegen dieren zich snel van plek tot plek waardoor hun voorkomen veel minder voorspelbaar is. De Hortus erkent tegenwoordig ook haar rol in de bescherming van insecten. Dat is nodig ook, want het gaat helemaal niet goed met de insecten in ons land. De gestructureerde vegetatie van voornamelijk inheemse plantensoorten biedt voedsel, beschutting en plekken voor insecten om zich voort te planten. De Hortus ondersteunt hiermee insectenpopulaties en vormt zo een belangrijke plek in het ecologisch netwerk van de gemeente. Als Hortus willen we ook meer doen aan voorlichting en educatie.

Tot nu toe zijn er 3327waarnemingen gedaan in juli en 2690 in augustus waarvan er respectievelijk 3037 en 2338 zijn gevalideerd door specialisten, zodat met zekerheid minimaal 313 soorten zijn gezien in de julimaand en 300 in de augustusmaand (zie Tabel 1). Dat aantal kan nog oplopen. Misschien tot respectievelijk 391 en 393 of meer als de voorlopige identificaties kunnen worden bevestigd en uit de zogenaamde verzamelsoorten nog meer nieuwe soorten kunnen worden vastgesteld. Ter vergelijking: over alle jaren zijn sinds het begin van de waarnemingen meer dan 23.500 observaties gedaan die een lijst opleverden van minimaal 1379 tot maximaal 1973 soorten (planten niet meegerekend). De soorten zijn ingedeeld in 18 hoofdgroepen. Telkens wordt per hoofdgroep aangegeven hoeveel waarnemingen zijn gedaan en welke tot nu toe gevalideerd zijn. Bij sommige soortgroepen kan dat verschil aanzienlijk zijn. Groepen die bijvoorbeeld zeer talrijk zijn en soorten hebben die veel op elkaar lijken, zijn vaak lastig te identificeren op basis van foto’s. Soms worden waarnemingen dan veel later gevalideerd (variërend van weken tot maanden tot jaren) waardoor het aantal soorten dat nu bekend is later nog behoorlijk kan oplopen. Hortus Nijmegen dankt alle waarnemers en validatoren voor hun bijdragen! Graag nodigen wij iedereen uit om waarnemingen te delen op waarneming.nl.

Tabel 1: Waarnemingen organismen (ex hogere planten) in de Hortus in juli en augustus over de jaren heen.

Maand juli    
HoofdgroepWaarnemingenGevalideerdSoorten min.Soorten max.
Zoogdieren151255
Vogels111673038
Reptielen en amfibieën141466
Vissen121167
Dagvlinders168416762529
Nachtvlinders en Micro’s791592733
Libellen1861852222
Bijen, Wespen en Mieren4072874257
Vliegen en Muggen4443825767
Kevers94511829
Wantsen, Cicaden en Plantenluizen1121023441
Sprinkhanen en Krekels535299
Insecten (overig)9723
Geleedpotigen (overig)3723915
Mollusca (Weekdieren)251945
Overige Ongewervelden0000
Algen, Wieren en Eéncelligen0000
Mossen en Korstmossen1111
Paddenstoelen44251624
Totaal33273037313391
Maand Augustus    
HoofdgroepWaarnemingenGevalideerdSoorten min.Soorten max.
Zoogdieren151835
Vogels105622738
Reptielen en amfibieën212155
Vissen171744
Dagvlinders8758712424
Nachtvlinders en Micro’s83702733
Libellen1901841415
Bijen, Wespen en Mieren2911983646
Vliegen en Muggen4994504559
Kevers53341323
Wantsen, Cicaden en Plantenluizen1651472836
Sprinkhanen en Krekels10910899
Insecten (overig)211955
Geleedpotigen (overig)55441213
Mollusca (Weekdieren)332656
Overige Ongewervelden0000
Algen, Wieren en Eéncelligen0000
Mossen en Korstmossen4433
Paddenstoelen154654069
Totaal26902338300393

Insectengalerij in juli en augustus

In de Hortus leven dus niet alleen veel plantensoorten maar nog meer dieren en paddenstoelen. Het is onmogelijk om hier al die soorten te laten zien. De insecten zijn het talrijkst. Op deze plek komen enkele bijzondere, fraaie, zeldzame of andere soorten aan bod, die je in juli en augustus in de tuinen zou kunnen spotten.

Van de dagvlinders zijn er al veel voorbij gekomen en daarom slaan we die hier over. We beginnen met de libellen. In de julimaanden zijn er zeker 22 soorten gezien, in de augustusmaanden 15, een stuk minder dus. De zeldzame Zuidelijke heidelibel, die zich vanwege klimaatverandering de laatste jaren uitbreidt in ons land, kun je bekijken in de galerij, net als de Blauwe glazenmaker, Bloedrode heidelibel, Paardenbijter, Weidebeekjuffer, en tenslotte de Bruinrode heidelibel die in een magisch licht geportretteerd werd.

In de nieuwsbrief van juni was al relatief veel aandacht besteed aan de bijen en zweefvliegen. Deze groep slaan we nu over en gaan verder met de kevers. In de Hortus zijn ongeveer 100 soorten vastgesteld, maar dat aantal kan met de helft oplopen als alle waarnemingen gevalideerd worden. Een hele belangrijke is het Vliegend hert. Dit boeiende insect is reeds enkele malen in de Hortus met zekerheid gezien. Meer weten over deze soort in het Rijk van Nijmegen? Lees dan het rapport:

Iedereen kent wel het Lieveheersbeestje, maar wist je dat er veel meer lieveheersbeestjes zijn dan alleen de bekende rode met zwarte stippen? In Nederland leven ruim 60 soorten, die verschillen in kleur, aantal stippen en leefomgeving. In de Hortus zijn al minstens 14 soorten gevonden. Het bekendste is het Zevenstippelig lieveheersbeestje, maar het meest voorkomende is het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje. Deze invasieve exoot is er in allerlei kleuren en patronen en is te herkennen aan de zwarte M-vorm op het halsschild. Daarnaast zijn in de Hortus ook minder bekende soorten te vinden, zoals het Tienstippelig-, Roomvlek-, Schaakbord– en Citroenlieveheersbeestje. In dit artikel is het niet mogelijk om nog veel meer te laten zien van de kevers. We sluiten af met de Penseelkever.

Wantsen

Wantsen vormen een andere belangrijke groep binnen de insecten. In de lente komen de eitjes uit en verschijnen de nimfen, maar ze zijn het meest zichtbaar in de maanden juli, augustus en september. Ze zijn dan volwassen, hebben vleugels gekregen en vliegen rond om te eten en te paren. In de herfst zoeken ze een warm plekje om te overwinteren. Je kunt ze dan vaak in en rond huizen vinden. De meest waargenomen wants in de Hortus is de Zuringrandwants. Andere wantsen die algemeen in de Hortus te zien zijn, zijn de Vuurwants, de Pyjamaschildwants, Groene schildwants, Bessenschildwants, Roodpootschildwants, Mediterrane prachtblindwants, Rode halsbandwants, Gewone pantserwants, Kaneelglasvleugelwants, … De Zuidelijke groene schildwants is een prachtige wants die recentelijk oprukt uit het zuiden vanwege het klimaat.

Cicaden zijn nauw verwant aan de wantsen. De Groene rietcicade leeft vooral van grasachtigen en daarom kun je hem in de Hortus wel eens in het rietland aantreffen, maar ook wel zonnend op een rots. De kleurrijke Rhododendroncicade, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, is een opvallende exoot die je in de Hortus op de Pontische rhododendron kunt vinden. Hoewel hij zich voedt met plantensappen, ontstaat de grootste schade wanneer de vrouwtjes eitjes in bloemknoppen leggen. De kleine wondjes die daarbij ontstaan, geven de invasieve Rhododendronknopvreter vrij spel. Deze schimmel kan dan binnendringen waarna in het voorjaar hierop de vruchtlichamen ontwikkelen: zwarte, speldachtige ‘spijkertjes’. Hierdoor blijven de bloemknoppen in het voorjaar zwart en verdroogd aan de struik hangen, waar ze uitgroeien tot een bron van nieuwe schimmelsporen.

Tot zover de wantsen en cicaden. Groepen als spinnen, sprinkhanen en paddenstoelen komen in de herfst weer aan de orde. Kun je niet genoeg krijgen van al die dieren in de Hortus dan kun je op YouTube een uitgebreide presentatie zien van vrijwel alle groepen dieren die in de Hortus gezien zijn:  https://www.youtube.com/watch?v=ftWTo5EuwjE

Tekst en foto’s: Jan Jansen

×