Koekoeksbloemen: roze sterren in de tuinen

Home > Koekoeksbloemen: roze sterren in de tuinen

In het voorjaar kleuren vochtige delen van de tuinen in de Hortus zachtroze door de bloei van de echte koekoeksbloem. Ook haar naaste verwant, de dagkoekoeksbloem, is volop aanwezig. Hoewel beide soorten op het eerste gezicht op elkaar lijken, hebben ze ieder hun eigen verhaal.

De echte koekoeksbloem

Wie vanaf half mei en in juni door de Botanische Tuin wandelt, ziet ze overal oplichten: de fijne, rafelige bloemen van de echte koekoeksbloem. Een plant die je uitnodigt om dichterbij te komen — te ruiken, kijken en voelen. Elke bloem bestaat uit vijf bloemblaadjes, onregelmatig en zo diep ingesneden dat er vier smalle slippen ontstaan. Alsof de bloem met zachte hand is opengeknipt. Het wekt de indruk dat er vijf maal vier, dus wel twintig, blaadjes aan een bloem zitten.

Vlinders en insecten zijn dol op deze plant: de bloemen zitten vol nectar. In de moerasachtige delen van de Botanische Tuin voelt deze soort zich helemaal thuis.

Rammelende urntjes & verborgen bewoners

Na de bloei verschijnen de kleine, kogelronde zaadjes in een soort urntje. Schud zo’n rijp doosje heen en weer, dan hoor je een zacht gerammel — een onverwacht geluidje dat je doet glimlachen. Tussen de bladeren valt soms iets anders op: kloddertjes ‘spuug’. Geen reden tot zorg; het is het werk van het spuugbeestje, een nimf die zich verstopt in luchtbelletjes als bescherming. Een klein geheim leven tussen de stengels.

Dagkoekoeksbloem –  familielid met een dubbele identiteit

Niet ver van haar echte naamgenoot, zowel in de Botanische Tuin als in de Tuin van de Toekomst, vind je de dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Ook roze, ook vijf bloemblaadjes — maar minder diep ingesneden. Lange tijd werden beide soorten zelfs onder dezelfde geslachtsnaam geplaatst.

Het bijzondere aan dagkoekoeksbloem is haar tweehuizigheid. Aan één plant vind je óf alleen mannelijke bloemen (met grijswitte meeldraden), óf alleen vrouwelijke (met stamper en felgroen vruchtbeginsel). Nooit beide samen.

Later in het jaar is het verschil nog duidelijker:

  • Mannelijke planten dragen geen vruchten.
  • Vrouwelijke planten zitten vol met lichtbruine urntjes, tot de rand gevuld met zwarte, ronde zaadjes.

Kleine kunstwerkjes

De urntjes van de dagkoekoeksbloem zijn een extra kijkje waard. Wanneer de rijpe zaaddoosjes openspringen, barst de bovenrand open in tien gelijkmatige, naar buiten gekrulde tanden. Het resultaat doet denken aan verfijnd edelsmeedwerk.

Waarom ‘koekoek’?

De wetenschappelijke naam van echte koekoeksbloem luidt Lychnis flos-cuculi. Het Griekse woord Lychnos betekent lamp of feller schijnsel. De naam flos‑cuculi betekent letterlijk ‘bloem van de koekoek’. Vaak wordt gezegd dat de plant begint te bloeien wanneer de koekoek terugkeert uit zijn overwinteringsgebied. Een mooie gedachte, al is het niet heel overtuigend.

Vroeger had de plant talloze streeknamen: armoedsbloem, molentjes, roze sterretjes, kraanbloem, hooibloem… De meest gebruikte was ooit pinksterbloem, omdat de bloei rond Pinksteren valt. Maar omdat wel 23 soorten die naam droegen, besloot men in 1907 dat er nog maar één echte pinksterbloem mocht zijn.

De koekoeksbloem hield haar eigen naam — en haar eigen verhaal.

Waar vind je de koekoeksbloemen in de Hortus?

×