Groei, bloei en volop leven
Na de aarzelende maartse flora en de reeds veel uitbundigere aprilmaand, brengt mei ons een nog weldadiger voorjaarsflora. De openingsfoto toont de ‘Dichtersnarcis’ als een verwijzing naar het gedicht Mei van Herman Gorter.
De Hortus leidt ons stap voor stap door de wonderlijke afwikkeling van de schitterende lentenatuur tot de transformatie naar zomertuin. De lange dagen zorgen voor veel groene groei en kleurrijke taferelen. De vogels zijn druk bezig met nestelen en het verzorgen van hun jongen. Vlinders fladderen door de tuin, libellen zweven boven de vijver en waterval, en als je goed kijkt zie je op veel plekken de meest uiteenlopende insecten. De meimaanden lijken tegenwoordig steeds warmer te worden waarbij de neerslag kan variëren van extreme droogteperioden tot flinke neerslagdagen. Bovendien blijft de kans op nachtvorst bestaan. Denk aan de befaamde IJsheiligen. Dankzij de inzet van de vrijwilligers en de slimme inrichting van de tuin kunnen extreme schommelingen worden opgevangen.
Dappled shade
De top en zuidwesthelling van het Alpinum bieden je warmte en zonlicht, terwijl de ‘Holleweg’ ons juist koelte en schaduw biedt. Zo worden als het ware de schommelingen van de meimaand naast elkaar weerspiegeld. Bij wind bewegen de bladeren over elkaar en zorgen zo voor een schouwspel van licht en donker. Dit speelse patroon staat bij de Engelsen bekend als ‘dappled shade’. Het ontstaat wanneer zonlicht door de bewegende bladeren heen schijnt. In plaats van één donkere schaduw zie je allemaal bewegende lichtvlekken die met de zon en de wind meedansen, waardoor planten steeds afwisselend zon en schaduw krijgen. Dit effect kun je in de verschillende bostypen waarnemen als je naar het bladerdek boven je kijkt. De verschillende tinten groen geven een extra frisse kijk op de tuin. Op het filosofenpad wordt het frisgroene chlorofyl van de ‘bladerhemel’ aangevuld met het roodpaarse anthocyaan van de rode beuken. Bij de Holleweg kun je ook nog eens tegen de onderkant van de bladeren van kruiden en varens kijken die zich verheffen op de steile helling. De kleuren van Gewone akelei, Donkere ooievaarsbek, Schijnpapaver, e.v.a. completeren het caleidoscopisch effect. Het Alpinum biedt op deze manier wisselende sferen van licht en donker en van warmte naar koelte. Het ruisende water uit de bron en door de beek met het klateren van de waterval en het concert van de vogels versterken alleen maar de zintuigelijke ervaring van de bezoeker.
Leuk detail bij Gewone akelei. Als je goed kijkt (detailfoto), lijken de sporen van de bloem op duifjes die bij elkaar zitten. In Engeland en Frankrijk wordt deze plant daarom ook wel Columbine genoemd. Mocht je geïnteresseerd zijn in planten die in de schaduw groeien, bezoek dan eens de Schaduwtuin in de Tuin van de Toekomst. Klik hier voor de plattegrond van de Hortus.









Zeldzame planten
In de Hortus hebben groeien tientallen soorten die op de Rode Lijst staan. Enkele worden hier getoond. Deze bloeien in mei of zijn dan al goed te zien.
We beginnen met de Zwartblauwe rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. nigrum) die de status van bedreigd heeft. Deze is de laatste decennia sterk achteruitgegaan in Nederland, maar in de botanische tuin heeft zij zich de laatste vijf, zes jaar spontaan kunnen uitbreiden. De populatie van Zwarte rapunzel gedijt langs het pad aan de rand van het Rapunzel-Haagbeukenbos. Deze standplaats komt overeen met de plekken in ons land waar zij het meest te vinden is: zomen, mantels en eikenhaagbeukenbossen met voldoende lichtinval. Verspreiding in ons land: https://www.verspreidingsatlas.nl/0935
Het beheer is reeds langere tijd gericht om aan bosranden de bladresten op de bodem te verwijderen. Er is ook een Zomereik verwijderd omdat deze dreigde om te vallen en er zijn mispels vanwege ouderdom afgestorven. Dit alles zorgde voor meer licht op de standplaats. Waarschijnlijk heeft dit alles meegeholpen om de populatie zo te laten uitgroeien.
De Eenbes (Paris quadrifolia) staat op de Nederlandse Rode Lijst als Kwetsbaar. Deze zeldzame plant komt in ons land vooral voor in eikenhaagbeukenbossen en enkele andere bostypen op voedselrijke bodems. Haar standplaats bevond zich in de Hortus ook in het Eiken-Haagbeukenbos. Helaas zijn alle exemplaren van deze prachtige soort uit de tuin verdwenen, niet vanwege het beheer, maar uitgestoken en meegenomen door één of meerdere bezoekers.
Net als de Gevlekte en Italiaanse aronskelk verspreiden de bloemen van de Eenbes een aasgeur om vliegen aan te trekken, waardoor ze worden bestoven (detailfoto met de Rouwvlieg).
Verspreiding van Eenbes in ons land: https://www.verspreidingsatlas.nl/0920
De Zwarte lathyrus (Lathyrus niger) is uit ons land verdwenen. Gelukkig zijn wij in het bezit van enkele exemplaren en daar zijn we trots op, te meer omdat deze soort vroeger in het Rijk van Nijmegen voorkwam. Vroegere verspreiding in ons land: https://www.verspreidingsatlas.nl/0712#
Het is zeer moeilijk om Zwarte lathyrus te handhaven, maar de weinige exemplaren die we hebben worden extra in de gaten gehouden, zodat ze niet uitdrogen of overwoekerd raken. Voorlopig met succes, want dit jaar zijn enkele kiemplanten gesignaleerd. De standplaats in de tuin komt min of meer overeen met natuurlijke standplaatsen in Duitsland en Frankrijk. In de tuin groeit zij op een zwak hellende kalkhoudende bodem, gesitueerd in een redelijk veel door de zon beschenen zoom van voedselrijk bos.
De Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris) is zeldzaam en flink in aantal afgenomen en geclassificeerd als Kwetsbaar. Het is een kensoort van de associatie van Moerasspirea en Valeriaan. Dergelijke begroeiingen behoren tot de natte strooiselruigten die voorkomen aan de randen van meren en rietlanden. In de Hortus groeit ze langs de beek en aan de rand van het rietland. In tegenstelling tot Moerasspirea en Echte valeriaan breidt zij zich niet spontaan uit in de Hortus. De dichtstbijzijnde plek waar je Moeraswolfsmelk kunt waarnemen is in het rietland noordwestelijk van de Tien Geboden in de Ooijpolder. De soort trekt veel insecten…
Verspreiding van Moeraswolfsmelk in ons land: https://www.verspreidingsatlas.nl/0496
De Knolsteenbreek (Saxifraga granulata) is zeldzaam in Nederland en is geclassificeerd als Bedreigd. Zij is in ons land vooral een soort van diverse relatief voedselarme graslanden op niet verzuurde bodems. Door de vermesting en intensivering van het grasland beheer is zij sterk achteruit gegaan. Zij kan zich verspreiden via zaad of door wortelknolletjes, vandaar de Nederlandse naam. In de Hortus groeit zij in licht kalkhoudend open grasland. De soort komt in grote delen van Europa voor en verder naar het zuiden tot in Marokko.
Verspreiding in Nederland: https://www.verspreidingsatlas.nl/1144






Een Mediterraan uitstapje: zonneroosjes
In de Hortus groeien ook enkele soorten uit een ander klimaatgebied, zoals uit Australië en Zuid-Frankrijk. In de loop van mei kun je dan genieten van enkele soorten uit de Zonneroosjesfamilie. In de Mediterrane regio komen zeer veel soorten voor uit deze familie. Sommige vormen uitgestrekte struikvormige formaties en treden vaak op na brand of als voorstadium van bosontwikkeling. In Nederland hebben we twee soorten: het éénjarige Gevlekt zonneroosje en het. In de Hortus kun je op het Alpinum genieten van drie soorten: Geel zonneroosje (met Brede ereprijs), Wit zonneroosje (ook een lichtrose cultivar) en Cistus laurifolius (foto met Doodskopzweefvlieg en Snorzweefvlieg). In de Mediterrane plantentuin van de Tuin van de Toekomst groeit de prachtige paarskleurende Cistus albidus (foto met Zesvlekkige groefbij). Al deze zonneroosjes worden graag bezocht door insecten.






Biodiversiteit Hortus: maand mei
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aantallen dier- en paddenstoelsoorten die ooit op het terrein van de Hortus Nijmegen (Botanische Tuin en Theetuin) in mei zijn waargenomen. Het betreft de tellingen uit het gegevensbestand van Waarneming.nl. De aantallen soorten geven slechts een globaal beeld van wat in de Hortus verwacht kan worden. In tegenstelling tot planten, die oorspronkelijk van groot belang zijn voor het collectiebeheer van de botanische tuin, bewegen dieren zich snel van plek tot plek waardoor hun voorkomen veel minder voorspelbaar is. De Hortus erkent tegenwoordig ook haar rol in de bescherming van insecten. Dat is nodig ook, want het gaat helemaal niet goed met de insecten in ons land. De gestructureerde vegetatie van voornamelijk inheemse plantensoorten biedt voedsel, beschutting en plekken voor insecten om zich voort te planten. De Hortus ondersteunt hiermee insectenpopulaties en vormt zo een belangrijke plek in het ecologisch netwerk van de gemeente. Als Hortus willen we ook meer doen aan voorlichting en educatie.
Tot nu toe zijn er 2335 waarnemingen gedaan in mei waarvan er 1804 zijn gevalideerd door specialisten, zodat met zekerheid minimaal 358 soorten zijn gezien in mei (zie tabel 1). Dat aantal kan nog flink oplopen. Misschien tot 440 of meer als de voorlopige identificaties kunnen worden bevestigd en uit de zogenaamde verzamelsoorten nog meer nieuwe soorten kunnen worden vastgesteld. Ter vergelijking over het hele jaar zijn sinds het begin van de waarnemingen meer dan 20.000 observaties gedaan die een lijst opleverde van minimaal 1090 tot maximaal 1590 soorten. De soorten zijn ingedeeld in 18 hoofdgroepen. Telkens wordt per hoofdgroep aangegeven hoeveel waarnemingen zijn gedaan in mei en welke tot nu toe gevalideerd zijn. Bij sommige soortgroepen kan dat verschil aanzienlijk zijn. Groepen die bijvoorbeeld zeer talrijk zijn en soorten hebben die veel op elkaar lijken, zijn vaak lastig te identificeren op basis van foto’s. Soms worden waarnemingen dan veel later gevalideerd (variërend van weken tot maanden tot jaren) waardoor het aantal soorten dat nu bekend is later nog behoorlijk kan oplopen.
Hortus Nijmegen dankt alle waarnemers en validatoren voor hun bijdragen! Graag nodigen wij iedereen uit om in 2026 (opnieuw) mee te helpen om het aantal waargenomen nieuwe soorten te verhogen.
Tabel: Waarnemingen organismen (ex hogere planten) in de Hortus in mei over de jaren heen.
| Hoofdgroep | Waarnemingen | Gevalideerd | Soorten min. | Soorten max. |
| Zoogdieren | 10 | 2 | 2 | 3 |
| Vogels | 148 | 121 | 30 | 41 |
| Reptielen en amfibieën | 38 | 37 | 6 | 6 |
| Vissen | 17 | 14 | 5 | 6 |
| Dagvlinders | 290 | 290 | 14 | 14 |
| Nachtvlinders en Micro’s | 166 | 114 | 50 | 57 |
| Libellen | 268 | 267 | 13 | 13 |
| Bijen, Wespen en Mieren | 305 | 229 | 39 | 52 |
| Vliegen en Muggen | 329 | 250 | 50 | 64 |
| Kevers | 389 | 182 | 54 | 75 |
| Wantsen, Cicaden en Plantenluizen | 138 | 119 | 27 | 35 |
| Sprinkhanen en Krekels | 9 | 9 | 4 | 4 |
| Insecten (overig) | 52 | 47 | 11 | 14 |
| Geleedpotigen (overig) | 86 | 41 | 10 | 21 |
| Mollusca (Weekdieren) | 53 | 32 | 12 | 15 |
| Overige Ongewervelden | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Algen, Wieren en Eéncelligen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Mossen en Korstmossen | 7 | 28 | 22 | 6 |
| Paddenstoelen | 30 | 22 | 9 | 14 |
| Totaal | 2335 | 1804 | 358 | 440 |
Dierengalerij
In de Hortus leven dus niet alleen veel plantensoorten maar nog meer dieren en paddenstoelen. Het is onmogelijk om in de nieuwsbrief al die soorten te laten zien. In deze dierengalerij worden enkele soorten getoond die je in mei zou kunnen tegen komen.
We beginnen met de wonderlijke wereld van de Azuurwaterjuffer. Hier zijn ze bij het gezamenlijke ei-afzetten in de vijver. Het zijn sociale dieren die graag samen dingen doen. Er is ook een filmpje van gemaakt. https://youtu.be/2p50xyWxBlw
De tweede is geen juffer maar een ‘echte libel: de Grote keizerlibel. Het is Nederland de op één na de grootste libel. De volgende foto is een zoekplaatje. Waar is de Blauwe reiger? Dan stappen we over naar de wereld van de vlinders en zoemen in op de Geelbandlangsprietmot.
De volgende is een foto van twee parende exemplaren van de Gewone schorpioenvlieg die tot de groep ‘Overige insecten’ behoort.
Da volgen enkele foto’s van de kevers. Te beginnen met de Rozenkever en de Penseelkever die beide voedsel zoeken in de zoetgeurende Duinroos. De volgende foto is van een eveneens heerlijk geurende Veelbloemige roos. Dit keer met twee Gouden torren. We blijven bij de Veelbloemige roos en zien daar de zeldzame Bosmeikever op zoek naar nectar. Als laatste kever een snuitkever van het geslacht Phyllobius.
Als laatste twee foto’s van soorten uit de groep van de wantsen. De eerste is de Meidoornkielwants en de tweede de Mediterrane prachtblindwants. Beiden zoeken nectar bij de Moeraswolfsmelk.











Tekst en foto’s: Jan Jansen