Hoe we een onaantrekkelijke vegetatie weer relevant maken
De noordoosthelling van het Alpinum is in de loop van de jaren sterk vergrast door o.a. glanshaver en witbol, en wordt nu gedomineerd door woekerende soorten (zevenblad, moerasspirea, heermoes). Hierdoor is deze vegetatie van weinig botanisch belang, en is de helling met name in de zomer erg onaantrekkelijk.
Bij de oprichting van de Botanische Tuin in 1971 is dit gebied als kalkgrasland (Xerobromiom) bedoeld. Van deze vegetatie is nu geen sprake meer. Wilen we deze vegetatie terug krijgen, dan is er echter een te grote ingreep en afvoer van grond nodig, en ook aanbrengen van veel nieuwe (kalkrijke) grond. In de huidige omstandigheden van hoge voedselrijkdom (stikstofdepositie) is het ook niet raadzaam om zo’n kwetsbare vegetatie te willen onderhouden.
Om dit gebied toch aantrekkelijk te maken, waarbij rekening gehouden wordt met het vergroten van de biodiversiteit en het historische plantsociologische karakter van de tuin is besloten voor een kleinere ingreep. De bovenste laag, inclusief grasmat, wordt wel verwijderd, maar de onderliggende grond blijft. Verder wordt het gebied in drieën gedeeld:
*) bij het oostelijke steile deel van de helling worden de rotsige terrassen van de zonkant van het Alpinum deels doorgetrokken. Dit geeft ruimte voor een meer open structuur voor de kwetsbare en kalkminnende soorten.
* )het noordelijk deel van de helling is vlakker en geschikter voor een bloemrijk grasland, lijkend op dijkgrasland. De soorten zullen zo geselecteerd worden dat ze naar verwachting relatief weerbaar zijn om zich te kunnen handhaven tegen de concurrentie van grassen
*) middendoor is een opgaand pad/trap gepland, zodat je dicht bij de planten kunt komen zonder er overheen te lopen. Aan de rand van deze trap is ruimte voor specifieke, in het oog springende soorten.


Plantenkeuze
Bij de keuze van planten wordt rekening gehouden met de aanwezige grond en expositie (zonuren). Het moet er ieder seizoen aantrekkelijk uitzien. Gebruik van de planten door insecten en andere dieren is een must. En het beheer moet door onszelf te doen zijn.
| Locatie met beoogde soorten | |
| Rotsige terrassen | Aarddistel, Cipreswolfsmelk, Echte gamander, Geelhartje, Geel zonneroosje, Kranssalie, Tripmadam, Voorjaarsganzerik, Wondklaver, Zacht vetkruid |
| Bloemrijk grasland | Akkerklokje, Beemdooievaarsbek, Beemdkroon, Bergknautia, Blaassilene, Brede ereprijs, Duifkruid, Esparcette, Gewoon duizendblad, Gewone margriet, Grote centaurie, Gulden sleutelbloem, Harige ratelaar, Kleine ruit, Kleine pimpernel, Knolboterbloem, Knoopkruid, Kleine bevernel, Kluwenklokje, Oosterse morgenster, Oranje havikskruid, Prachtklokje, Rijncentaurie, Sikkelklaver, Veldsalie, Viltig kruiskruid, Zandwolfsmelk, Zeegroene zegge |
De details
Tijdpad:
*Grondwerkzaamheden en aanbreng trap/stenen augustus/september 2026
*Inzet nieuwe planten september 2026
*Kweek nieuwe planten vanaf voorjaar 2026
Betrokken zijn:
*Projectplan door de werkgroep projectorganisatie
*Uitwerking beplantingsplan door de werkgroep plantvernieuwing
*Aanbrengen beplanting door vrijwilligers Botanische Tuin
*Kweek van planten door kweekgroep en commerciële kwekers
*Grondwerk en aanbrengen stenen door aannemer
*Werkgroep educatie voor publieksgerichtheid
De kosten worden gedekt door een bijdrage van het Dinamo Fonds van en eigen middelen van Hortus Nijmegen.


Herstel mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Dinamofonds
Het Dinamo Fonds stimuleert het herstel van kerkterreinen, tuinen en parken die als historisch groen zijn beschermd, door bij te dragen aan het herstel van de monumentale groenaanleg en de bijbehorende gebouwde objecten. Het herstellen van historisch groen draagt bij om de biodiversiteit, de natuurkwaliteit en de historische waarde te behouden en te versterken.
Mogelijke hinder, en verwijderen tranenden
De werkzaamheden zullen hinder veroorzaken, met name in de periode augustus/september wanneer de grondwerkzaamheden worden uitgevoerd. We proberen deze hinder zoveel mogelijk te beperken, maar het is onvermijdelijk dat delen van het Alpinum voor langerer tijd afgezet moeten worden om het veilig te houden.
Hiernaast worden de twee dennen die de oostkant van het Alpinum domineren verwijderd. Dit doen we om schaduwwerking te voorkomen in het nieuwe gebied. Tevens is er de mogelijkheid dat deze bomen de fundering van het Alpinum met hun wortels aantasten. Deze Tranendennen zijn rond het jaar 2000 geplant, en nooit onderdeel geweest van de oorspronkelijke beplanting. Ter vervanging zijn kleiner blijvende Bergdennen gepland (Pinus mugo).
Voor verdere vragen, spreek één van ons aan terwijl we in de tuin aan het werk zijn, of stuur een mail naar contact@hortusnijmegen.nl
