Landschapspijn in het klein
Een soortenarm bos, ontstaan door een teveel aan stikstof
Klimop (Hedera helix L.) is een inheemse plant, die in de kruidlaag van verschillende bostypen van nature kan voorkomen in Nederland. Wanneer klimop de vegetatie op de bodem domineert, beschouwen we het echter als een indicator voor verruiging. Dit verruigingsproces kunnen wij al decennia in veel bossen in ons land, bv. in de Limburgse hellingbossen, volgen.
Meestal is de zwarte braam (Rubus fruticosus L.), een andere indicator voor toename van de voedselrijkdom, ook in overmaat aanwezig. Een hoge concentratie stikstof in de lucht, die neerslaat in de bodem vormt hier de voornaamste oorzaak voor deze zogenoemde ‘vermesting’. De soortenrijke ondergroei, die deze bossen kunnen hebben, wordt zo verdrongen door stikstofminnende soorten.
Het soortenarme bos dat het resultaat is, bezorgt de natuurliefhebber een gevoel van verlies van landschappelijke schoonheid. Je kunt het landschapspijn noemen. In het ‘Klimop-eikenbos’ in de Hortus kun je dit van dichtbij zien. En deze landschapspijn, om een heel klein stukje bos, ervaren.


‘Klimop-Eikenbos’ in de Hortus
De ondergroei van vooral klimop, brandnetels en bramen is weliswaar soortenarm qua planten, maar heeft toch grote waarde voor de biodiversiteit. Deze ondergroei biedt zoogdieren als muizen, marterachtigen en egels beschutting. En is ook een veilige plek om te nestelen voor winterkoning, merel, heggemus en andere vogels.
Klimop is de waardplant van het boomblauwtje en biedt met zijn bloei tussen september en december nectar en stuifmeel aan insekten die nog laat in het jaar actief zijn, zoals de atalanta. De bessen rijpen aan het eind van de winter en vormen een belangrijke voedselbron voor vogels, wanneer andere besdragende struiken al leeggegeten zijn.
Iets over de groeiwijze van klimop.
Waar klimop in bomen met hechtwortels omhoog groeit is dat niet nadelig voor de boom; van verstrikking o.i.d. is geen sprake en het is zeker geen parasiet. Een boom kan bij zware begroeiing met klimop wel windgevoeliger worden. Of klimop al dan niet omhoog groeit langs de stam van bomen wordt bepaald door de stikstofrijkdom van de bodem. Op deze plek was eikenbos op matig voedselrijke grond bedoeld, waar klimop niet uitbundig en uitsluitend op de bodem zou voorkomen. In de praktijk is de klimop nu dominant, dringt in de boomlaag door, en kan daar op termijn heuse lianen gaan vormen.
Andere waardplanten
Als kampioen ‘profiteur van stikstof’ is de brandnetel hier ook overvloedig te vinden. Niet moeders mooiste en ook nog voorzien van brandharen, is de brandnetel wel de inheemse plant die de meeste vlindersoorten als waardplant dient. Rupsen van atalanta, dagpauwoog, landkaartje en kleine vos zijn er in belangrijke mate van afhankelijk als voedselbron.
De zwarte braam vinden we ook verspreid in het bosje. De vruchten van de braam worden door vogels en zoogdieren gegeten. De zwarte braam is een waardplant voor de rupsen van verschillende soorten nachtvlinders. Een houtige exoot in het bosje – leuk om op te merken – is de kroosjespruim of mirabel. Een kleine boom, met gele tot rode vruchten die iets weg hebben van een pruim en kers. Kortom: er is toch veel om van te genieten in het ‘Klimop-Eikenbos’ in de Hortus.


Beheer
Het Klimop-eikenbos is het enige vak in de Hortus waar nauwlijks beheer wordt uitgevoerd’. In die zin is wat we zien het resultaat van natuurlijke ontwikkeling van de vegetatie. Het doel hiervan was om een gevarieerde en beschutte plek te hebben voor zoveel mogelijk diersoorten. Veiligheid voor bezoekers is wel leidend. Dat wil zeggen dat bomen jaarlijks gecheckt worden. Waar we risico constateren wordt hout verwijderd. Verder grijpen we niet in, het bosje mag groeien zoals de natuurlijke omstandigheden dat bepalen. In de rest van het bos in de Hortus worden klimop en braam wel verwijderd om te voorkomen dat het op plekken de overhand krijgt, ten koste van de gevarieerde structuur van de ondergroei. Brandnetel mag op specifieke plekken blijven staan.
De composthopen en takkenrillen die bij het beheer van de Hortus nodig zijn liggen aan de achterkant van het bosje. Daar zijn geregeld allerlei interessante waarnemingen te doen, van paddenstoelen en slijmzwammen tot insekten.
Leuk weetje, het teveel aan groenafval wordt door de gemeentereinigingsdienst Dar opgehaald; zij zorgen dat dit verwerkt wordt tot compost, en dit wordt op gezette tijden weer uitgedeeld aan de bewoners van de gemeente Nijmegen.
Voor de liefhebbers
Syntaxa:
Dit vak was bij de aanleg bedoeld als Beuken-Eikenbos (42Aa2 Fago-Quercetum) op voedselarme tot matig voedselrijke bodem. De kensoorten als dalkruid, witte klaverzuring en lelietje van dalen zijn hier niet (meer) aanwezig.
Natura 2000:
‘Klimop-Eikenbos’ vormt geen eigen vegetatietype. Het kan ingedeeld worden in habitattype 9120: zuurminnende Atlantische beukenbossen soms met hulst.