Heide

Een zoemende, paarse bloemenzee

“De grote stille heide”. Bij velen roept de heide een beeld op van uitgestrekte, paarse vlaktes waar stilte en rust heersen. En waar tijdens de bloei in augustus grote hoeveelheden bijen en andere insecten te zien zijn. In de Hortus hebben we slechts een klein stukje, maar groot genoeg om een waardevolle blik te bieden op deze bijzondere plantengemeenschap.

Heidegebieden zijn open landschappen. Vanaf de 13e eeuw ontstonden grote open gebieden op voedselarme dekzandgronden als gevolg van overbegrazing en houtkap. Waar geen akkerbouw plaatsvond namen heidevegetaties het landschap over. Door begrazing bleven de vlaktes open.

Afname

Met de komst van de moderne landbouw werden veel van deze gebieden eind 19e en begin 20e eeuw ontgonnen en vruchtbaar gemaakt, eerst met guano later met kunstmest. Of voor de mijnbouw beplant met grove den en fijnspar. Bovendien is de laatste decennia de hoeveelheid stikstof in de lucht enorm toegenomen, waardoor de heide concurrentie van grassen krijgt.

Duizenden jaren domineerde de heide grote delen van West-Europa. Nu is hier nog slechts een fractie van over. Met het verlies van heidegebieden, verdwenen er ook de planten en dieren die er hun habitat hadden. De overgebleven heiden zijn er vooral voor de natuur en recreatie. Zo is de Mookerheide een klein, maar bijzonder, heidegebied bij Nijmegen. Regelmatig kom je er nog de hazelworm tegen. Op de Veluwe en de Brunssumerheide is de verstilde sfeer van een groot aaneengesloten heidegebied nog goed te ervaren.

Kenmerken van een heide

Heidevegetatie bestaat hoofdzakelijk uit dwergstruiken en is in principe gekoppeld aan voedselarme bodems met een lage zuurgraad (zie Podzol). In Nederland vind je deze vooral op de hoge zandgronden. Heides kunnen zowel onder natte als ook droge omstandigheden voorkomen. Kensoort van droge heide is de struikhei (Calluna vulgaris L.Hull.), bij natte heide is dat de gewone dophei (Erica tetralix L.). Eutrofiëring -de verrijking van de bodem door stikstofdepositie- vormt in deze tijd een grote bedreiging voor de heide omdat dit leidt tot vergrassing en verstikking door bramenstruiken. Om de heide in stand te houden is vaak afplaggen nodig. Door af te plaggen, wordt de voedselrijke toplaag verwijderd en kunnen heideplanten zich opnieuw vestigen.

Heide in de Hortus

In de botanische tuin is een plantengemeenschap van vochtige? heide te zien in een vorm met blauwe en rode bosbes zoals deze wel wordt aangetroffen op de Veluwe en dan vaak op plekken met relatief hoge neerslag of aan de randen van eikenberkenbossen. Dit laatste is het geval in de Hortus waar de heide een overgangsstadium vormt naar bos. Aan de randen groeien soorten die doorgaans ook op heidevelden kunnen worden aangetroffen zoals jeneverbes, gewone brem en gaspeldoorn. Daarnaast vind je er typische grassen als bochtige smele en pijpenstrootje. Dichter bij de bosrand groeien typische zoomplanten van kalkarme bossen: diverse havikskruiden, echte guldenroede, gladde witbol en de warmte-minnende valse salie. Vingerhoedskruid kan ook worden aangetroffen in dit soort condities.

Aan de zuidzijde groeien wat soorten van droge graslanden op zandgrond: zandzegge, muizenoortje, ruige weegbree, steenanjer, gewoon biggenkruid, mannetjesereprijs, gestreepte leeuwenbek, etc. Met geluk kun je een brede wespenorchis waarnemen. In het voorjaar bloeit er de beschermde knollathyrus (Lathyrus linifolius)en wat later in het seizoen de boslathyrus (Lathyrus sylvestris). Beide lathyrussen zijn zeer zeldzaam en typische zoomplanten. Omstreeks augustus-september bloeien nog twee bijzondere soorten; echte guldenroede en blauwe knoop. Beide soorten staan vermeld op de Rode Lijst van bedreigde planten. Blauwe knoop als kensoort voor een plantengemeenschap met biezenknoppen en pijpenstrootje groeit normaal op vochtiger plekken, maar blijkt zich ook in een drogere omgeving goed te handhaven.

Beheer

In de Hortus-heide worden alle woekerende soorten in toom gehouden door wieden, zoals valse salie, braam en grassen. De grassen worden kort gehouden door te grazen (zoals schapen het zouden doen maar dan met gereedschap). Na de bloei worden heide, gaspeldoorn en brem gesnoeid. Verrijking gaan we tegen door biomassa (blad) te verwijderen in het vroege voorjaar.

Voor de liefhebbers

Syntaxa:
klasse 20 Calluno-Ulicetea, klasse der droge heiden

Natura 2000:
H4030 Droge heiden

×