Elzenbroekbos, voor planten die tegen natte voeten bestand zijn
Elzenbroekbossen komen voor op plaatsen waar de bodem permanent nat is, zoals in laagveengebieden en beekdalen.
Dit bostype ontleent zijn naam aan de dominante boomsoort, de zwarte els (Alnus glutinosa), en het historische woord ‘broek’, dat verwijst naar moerassig, laaggelegen land.
Door de voortdurend hoge waterstand is het gebied voor mensen moeilijk toegankelijk, maar ecologisch gezien vormt het een belangrijke habitat voor een breed scala aan organismen. Voor vogels, zoals de nachtegaal, vormt de rust een belangrijk voordeel. De zwarte els speelt een sleutelrol in dit ecosysteem.
De grote hoeveelheid zaden van deze boom vormt een uitstekende voedselbron voor vogels, zoals sijsjes, mezen en andere kleine zangvogels. Daarnaast is het elzenbroekbos een belangrijk leefgebied voor insecten met een aan water gebonden larvestadium, zoals muggen, haften en schietmotten. Als een van de weinige bosgemeenschappen die bestand zijn tegen langdurige waterverzadiging, vervult het elzenbroekbos een cruciale ecologische functie binnen het Nederlandse landschap.
Kenmerken van het elzenbroekbos
Elzenbroekbossen komen voor op matig voedselrijke (mesotrofe) tot voedselrijke (eutrofe) bodems met een permanent hoge grondwaterstand en beperkte seizoensgebonden schommelingen van het grondwaterpeil. In de winter staan deze bossen onder water, een situatie waar de dominante boomsoort, de zwarte els, prima tegen bestand is. In de zomer daalt het grondwaterpeil slechts beperkt, tot maximaal 60 cm onder het maaiveld.
Door deze specifieke hydrologische omstandigheden ontstaat zuurstofgebrek in de bodem waardoor veenvorming optreedt. In gebieden met kwelwater blijft de veenlaag dun, terwijl bij stagnatie van water een dik veenpakket kan ontstaan.
Naast de zwarte els komen in elzenbroekbossen ook andere boomsoorten voor, zoals de grauwe wilg (Salix cinerea), boswilg (Salix caprea) en wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia). Karakteristieke ondergroei bestaat onder andere uit hennegras (Calamagrostis canescens) en gewoon sterrenmos (Mnium hornum). Een belangrijk structuurelement in deze bossen is het microreliëf dat ontstaat door elzenstobben, verhogingen die boven de waterlijn uitsteken en microhabitats vormen voor specifieke mos- en plantensoorten.

Ontstaan
Elzenbroekbosen ontstaan door natuurlijke successie of door stoppen met maaien in rietmoerassen. In beekdalen vormen ze dan het eindstadium van het verlandingsproces. In laagveengebieden, waar het veenpakket zo dik kan worden dat er een uitgesproken zuur milieu ontstaat, vindt een overgang plaats van het elzenbroekbos naar plantengemeenschappen met veenmos en zachte berk (Betula pubescens). Voorbeelden van elzenbroekbossen in de buurt van Nijmegen zijn het Hatertse Broek en het Bronnenbos bij Ubbergen. Het Bronnenbos ligt in een laagte aan de voet van de stuwwal en wordt beïnvloed door opwellend kwelwater.
Moerascypres
Het elzenbroekbos in de Hortus biedt een unieke inkijk in diverse flora en fauna die gedijen in moerasachtige ecosystemen. Twee moerascypressen (Taxodium distichum), oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, sieren prominent de ingang van het elzenbroekbos en het omliggende moerasgebied. Wat direct in het oog springt, zijn de opvallende bruine luchtwortels die boven de grond uitsteken, een aanpassing van deze bomen die van nature in moerassen voorkomen. Wanneer deze bomen groeien in met water verzadigde, anaerobe bodems, zorgen de luchtwortels voor een efficiënte zuurstoftoevoer naar de wortels.





Moerasbewoners
Een andere indrukwekkende plant is de koningsvaren (Osmunda regalis), waarvan vooral het ontrollen van de bladeren in het voorjaar een bijzonder schouwspel biedt. Het voorjaar is tevens de bloeitijd van de dotterbloemen (Caltha palustris), die het landschap opfleuren met hun levendige kleur. Wat later in het jaar, in mei en juni, bloeit de gele lis (Iris pseudacorus) met haar opvallende gele bloemen. Kenmerkende soort voor het gebied is elzenzegge (Carex elongata), die met met enkele exemplaren buiten het bosgebied voorkomt. De moerasvaren (Thelypteris palustris) gedijt in het moerasgedeelte van het elzenbroekbos. De zwarte els in het gebied is gastheer voor het elzenhaantje (Chrisomela alni), een glanzend zwarte bladkever die de bladeren tot filigrain kan aanvreten.
Beheer
Het beheer van het elzenbroekbos vereist zorgvuldige en doordachte maatregelen om een gezonde en diverse omgeving te waarborgen. In het najaar wordt het riet met de zeis gemaaid, en waar nodig wordt het in het voorjaar handmatig verwijderd. Bij overmatige groei worden elzen afgezet en boswilgen dunnen we uit. Invasieve soorten zoals braam, rozen en opslag bomen worden verwijderd om de biodiversiteit te bevorderen. Daarnaast zorgen we ervoor dat waar nodig nieuwe elzen worden geplant. Het doel is om meer variatie in hoogte en diepte aan te brengen, en daarmee ook in natte en droge gebieden, om een rijk en gevarieerd ecosysteem te creëren.
Voor de liefhebbers
Syntaxa:
r42Aa Alnion glutinosae Elzenbroekbossen-verbond
Natura 2000:
H91E0 Vochtige alluviale bossen
Zwarte els (Alnus glutinosa)
(kensoort klasse)