Eiken-haagbeukenbos

Home > Educatie > Beplanting > Eiken-haagbeukenbos

Een zeldzaam voorjaarsbos

Het eiken-haagbeukenbos is een bijzonder bostype dat zich onderscheidt door een rijke voorjaarsflora. In dit bos begint het bloeiseizoen vroeg in het jaar.

Stinzenplanten

De eerste bloeier, de winterakoniet (Eranthis hyemalis) zien we al in januari. Vanaf half februari begint de lente in de Hortus dan echt met de bloei van grote hoeveelheden sneeuwklokjes (Galanthus nivalis). Daarna verschijnen de bosanemonen (Anemone nemorosa), vogelmelk (Ornithogalum umbellatum), hartbladzonnebloem (Doronicum pardalianches) en als laatste in mei het geurige daslook (Allium ursinum). Deze planten behoren allemaal tot de stinzenplanten: soorten die in het vroege voorjaar bloeien en groeien zolang de zonnestralen de bosbodem nog kunnen bereiken.

Wanneer de bomen en struiken later in het seizoen hun bladeren ontvouwen, wordt het bos steeds donkerder en valt er nog maar weinig licht op de bodem voor de kruidlaag.

Het eiken-haagbeukenbos heeft een goed ontwikkelde boom- en struiklaag, wat bijdraagt aan de bijzondere omstandigheden voor stinzenplanten. Veel stinzenplanten zijn van oorsprong bolgewassen die in het verleden vanuit zuidelijke landen als sierplant werden geïntroduceerd op landgoederen, boerderijen en in pastorietuinen. In deze aangelegde omgevingen kunnen ze zich langdurig handhaven, maar spontane verspreiding naar het omliggende landschap is zeldzaam.

Bosbodem

Wat het eiken-haagbeukenbos extra geschikt maakt voor de groei van stinzenflora, is de samenstelling van de bosbodem. De verschillende boomsoorten in dit bos laten bladeren vallen die snel verteren, waardoor er een rulle, humusrijke bodem (mull) ontstaat. In oude bossen leidt dit tot een diep humeuze bodem met een bijzonder divers bodemleven, wat gunstige omstandigheden schept voor een rijke ondergroei van planten. Zo vormt het eiken-haagbeukenbos een waardevol biotoop waarin vroege bloeiers een spectaculair voorjaarsbeeld laten zien

Kenmerken van het eiken-haagbeukenbos

Eiken-haagbeukenbossen komen voor op (matig) voedselrijke leem- en zandleemgronden. Ze groeien in valleien langs beken en rivieren, maar ook op hellingen en plateaus waar het grondwater door de ondergrond omhoog komt en zorgt voor een wisselende vochtigheid. De vochttoestand in deze bossen kan sterk wisselen gedurende het jaar en varieert van vochtig tot vrij droog. Eiken-haagbeukenbos komt in Nederland maar op weinig plekken voor. De grootste concentratie bevindt zich in de Zuid-Limburgse hellingbossen, met daarnaast kleinere gebieden in Oost-Nederland. Het gaat dan om voor ons land relatief oude bossen die groeien op matig voedselrijke tot voedselrijke en niet te lichte gronden. Dus niet op zandgrond maar wel op löss en lemig zand.

De beeldbepalende boomsoorten voor dit bostype zijn zomereik (Quercus robur) en haagbeuk (Carpinus betulus), naast de beuk (Fagus sylvatica). De zoete kers (Prunus avium), met zijn opvallende bloei vóór het verschijnen van het blad en zijn karakteristieke stam (met lenticellen), is eveneens een kenmerkende soort. Karakteristieke struiken zijn een- en tweestijlige meidoorn (Crataegus oxyacantha en C. monogyna), kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), spaanse aak/veldesdoorn (Acer campestre) en hazelaar (Corylus avellana). Het is een bostype met een goed ontwikkelde kruidlaag, waarin relatief veel voorjaarsbloeiers voorkomen.

Eiken-haagbeukenbos in de Hortus

Naast de genoemde bomen, struiken en stinzenplanten komen de volgende kensoorten voor in het eiken-haagbeukenbos in de Hortus: ruig klokje (Campanula trachelium), bos zegge (Carex sylvatica), mannatjesvaren (Dryopteris filix-mas), amandelwolfsmelk (Euphorbia amygdaloides), lievevrouwenbedstro (Galium odoratum), bosbingelkruid (Mercurialis perennis), zwartblauwe rapunzel (Phyteuma spicatum subsp. Nigrum), kleine maagdenpalm (Vinca minor) en donkersporig bosviooltje (Viola reichenbachiana). Veel soorten staan met name in de randen van het bos langs de paden, waar meer licht valt dan onder het gesloten kronendak. Een heel bijzondere plant, die door het beheer in de Hortus goed gedijt, is boswalstro (Galium sylvaticum). Deze kensoort is elders in Nederland verdwenen. Dit maakt duidelijk hoe belangrijk de ecologische rol van het eiken-haagbeukenbos in de Hortus Nijmegen is voor het behoud van zeer zeldzame plantensoorten in Nederland.

Beheer

Goed bosbeheer is essentieel om de diversiteit en het ecologisch evenwicht in het eiken-haagbeukenbos te behouden. In december wordt het gevallen blad op plekken met winterakonieten en voorjaarszonnebloemen verwijderd, zodat deze vroege bloeiers voldoende licht en ruimte krijgen. Daarnaast worden woekerende soorten zoals daslook (Allium ursinum), lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) en kleine maagdenpalm beperkt om een gevarieerde kruidlaag met een mozaïek aan soorten te behouden. Ongewenste zaailingen van bomen en struiken worden eveneens verwijderd om te voorkomen dat ze de ondergroei overwoekeren.

De beeldbepalende boomsoorten voor dit bostype zijn zomereik (Quercus robur) en haagbeuk (Carpinus betulus), naast de beuk (Fagus sylvatica). De zoete kers (Prunus avium), met zijn opvallende bloei vóór het verschijnen van het blad en zijn karakteristieke stam (met lenticellen), is eveneens een kenmerkende soort. Karakteristieke struiken zijn een- en tweestijlige meidoorn (Crataegus oxyacantha en C. monogyna), kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), spaanse aak/veldesdoorn (Acer campestre) en hazelaar (Corylus avellana). Het is een bostype met een goed ontwikkelde kruidlaag, waarin relatief veel voorjaarsbloeiers voorkomen.

Dood hout

Afgevallen takken en gezaagd hout worden op rillen gelegd. Deze bieden schuil- en nestgelegenheid voor vogels zoals de winterkoning en kleine zoogdieren zoals muizen en egels. Dood hout blijft zoveel mogelijk in het bos, omdat het dient als foerageermogelijkheid en nestgelegenheid voor spechten en als groeiplaats voor schimmels. Wanneer een dode boom wordt gekoloniseerd door larven van het vliegend hert – een van de grootste kevers van Europa – is dat een belangrijk ecologisch succes voor de Hortus en een teken van een gezond bos.

Voor de liefhebbers

Syntaxa:
Orde Fagetalia sylvaticae eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond
Verbond Carpinion betuli – Haagbeuken-verbond Associatie 43Ab1 Eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum)


Natura 2000:
type 9160 Eiken-haagbeukenbossen (Stellario-Carpinetum) .

×