De tuin in het rijk van koning Winter
Mocht je geluk hebben in dit jaargetijde dan is de Hortus een wit winter wonderland. Als de zon schijnt zeker, maar bij guur weer ook, al is het dan wat minder comfortabel. Bij guur weer vallen sommige aspecten veel meer op. Zo kunnen onverwachts silhouetten en vlakken opdoemen die samen een sfeervol, maar vluchtig miniatuur coulisselandschap vormen met her en der opvallende details als je inzoomt.




Wij zijn geen sneeuwland, maar een laagland aan de kust zonder bergen. De kans op sneeuw is in de Hortus Nijmegen wel groter dan pakweg in de Hortus Leiden of Amsterdam. Dat komt niet omdat wij een Alpinum hebben, maar door de meer continentale ligging. Toch met een dosis geluk, een pak sneeuw en wat fantasie hoef je niet ver te reizen om even alpinist te zijn. Die waarschijnlijkheid is statistisch gezien nog het grootst in januari.




De kans op een bevroren vijver is een stuk groter dan sneeuw. Een ander vorstverschijnsel is de groei van ijskristallen vanuit poriën in de grond, die gronddeeltjes omhoog kunnen duwen. In bepaalde berggebieden worden zo zelfs grote rotsblokken verplaatst. Om ze te zien moet je wel vroeg zijn omdat gedurende de dag het ijs meestal smelt. Je ziet ze plaatselijk op zijpaden met gunstige bodemtextuur.



Juweeltjes: details krijgen toverkracht…




Bloemen in januari
Veerkracht kan het leven barre levensomstandigheden doen overwinnen. Auteur Albert Camus had tijdens de oorlog een boodschap van hoop en doorzettingsvermogen: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”. Vrij vertaald: “Midden in de winter leerde ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer was”.
De natuur heeft allerlei oplossingen om haar levenskracht door moeilijke tijden te loodsen. Hoe kan een plant het leven over de winter heen tillen? Het antwoord is door de bescherming van haar groeipunten die bestaan uit bijzonder celweefsel dat opnieuw kan uitgroeien na een moeilijke periode (kou, droogte). Je zou kunnen zeggen dat het een soort van levenselixer is. Dat bevindt zich bij houtige gewassen boven de grond, bij kruiden op of nabij de bodem en bij bolgewassen onder de grond. De Deen Raunkiær heeft dit uitvoerig beschreven in zijn levensvormenspectrum.
Planten die overleven boven de grond moeten hun groeipunten extra beschermen tegen de vorst, terwijl planten die overleven als bol, knol of wortelstok al flink beschermd worden door de bovenliggende grond.


Houtige gewassen
De Hortus lijkt nu volledig in rust, maar sommige bewoners zijn alweer op weg naar een nieuw begin. Terwijl wij soms liever binnen blijven, lopen zij al uit. Daarom zou je ook in januari toch eens een kijkje moeten nemen in de botanische tuin. Daar vinden we in januari al bloemen van houtige gewassen als Zwarte els, Hazelaar. Je kunt je afvragen waarom al zo vroeg omdat er nog geen insecten zijn en de meeste bloemen toch gevoelig zijn voor vorst?
Hazelaar en Zwarte els zijn windbestuivers en hebben dus geen insecten nodig voor hun bevruchting. Ze hebben kleine bloemen die massaal lichtgewicht stuifmeel produceren, wat in het voorjaar tot grote ‘pollendekens’ kan leiden. Dit fenomeen kan bij ons al vroeg in het jaar hooikoorts veroorzaken. Vaak bloeien ze tegenwoordig nog vroeger vanwege het veranderende klimaat.
Beide soorten bloeien al voordat ze blad dragen, zogenaamde “naaktbloeiers”. Ze hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen. Deze bloeien niet tegelijkertijd op dezelfde struik of boom om zelfbestuiving te voorkomen. De mannelijke bloemen hangen in lange katjes die al ontstaan in de zomer, maar dicht blijven tot ze in januari open gaan. Heel slim want in de winter hebben ze geen bladgroen en dus minder energie om katjes te ontwikkelen. De vrouwelijke bloemen van beide soorten zijn roodkleurig, veel kleiner dan de mannelijke en zitten slechts met enkele bij elkaar. Bij de Hazelaar groeien ze uit tot hazelnoten en bij de Zwarte els tot houtige, donkerbruine elzenproppen (vruchtjes). De hazelnoten worden graag verzameld door de eekhoorns in de tuin en de proppen zijn een voedselbron voor vogels in de winter.
Bolgewassen
In januari, en tegenwoordig bij sommige soorten zelfs eerder, verschijnen de eerste bloemen van bolgewassen als Gewoon sneeuwklokje, Boerenkrokus, Winterakoniet. Zelfs de eerste exemplaren van Lenteklokje en Bleek sneeuwklokje laten zich al zien en Rondbladige cyclaam met zekerheid reeds in december. Daarnaast verschijnen al de eerste scheuten van Wilde narcis boven de grond. De meeste bolgewassen wachten echter nog tot februari of later.



Dat sommige bolgewassen zich al in januari kunnen laten zien komt doordat ze slim zijn voorbereid. In hun bol slaan ze energie op, waardoor ze meteen kunnen groeien zodra het weer het toelaat. Veel van deze planten zijn aangepast aan vroege bloei en komen oorspronkelijk uit gebieden met mildere winters.
De kou is voor hen geen probleem, maar juist een signaal: nu is het moment. Een periode van kou vertelt de plant dat zij mag beginnen met groeien en bloeien. Sneeuw helpt zelfs een handje mee om te beschermen tegen te hevige kou, want die werkt als een isolerende deken. Ze beschikken ook over een soort natuurlijk “antivries”. Extra suikers in hun cellen beschermen hen tegen kou. Wordt het écht te koud, dan stoppen ze tijdelijk met groeien. Zodra het iets warmer wordt, gaan ze vrolijk verder – en staan ze ineens in bloei.



Tekst en foto’s: Jan Jansen